Geschiedenis van Adinkerke
Het grondgebied van Adinkerke ligt tussen een oude en een jonge duinengordel. Wat nu "Cabour Duinen & Museum" heet (genoemd naar de vroegere Franse eigenaar), is wat overblijft van de oude duinen van Adinkerke-Ghyvelde (F), gevormd minstens 5 000 jaar geleden. Het huidige domein is in feite het enige dat aan de zogenaamde Duinkerke II-transgressie in de periode 250-650 na Christus of overstroming kon weerstaan. Het zeewater kwam dus tot hier, vandaar de kalkrijke oorsprong van het duinzand.
De bewoningsgeschiedenis van de jongere duinengordel tussen De Panne, het Staatsnatuurreservaat De Westhoek en Bray-Dunes (F) gaat terug tot de 5de eeuw voor Christus. In de late IJzertijd of La Tène-periode (van de 5de tot de 1ste eeuw voor Christus) leefden de mensen er van de veeteelt en de zoutwinning. Sporen van bewoning tijdens de Romeinse overheersing (van 70 na Christus tot 268 na Christus), werden hier eveneens aangetroffen. Op het einde van de 7de eeuw ontstond op deze plaats een bloeiende laat-Merovingische - Karolingische handelsnederzetting (Iserae Portus?). Het vormde een belangrijke schakel in het drukke toenmalige West-Europese handelsverkeer. Tussen de 10de en de eerste helft van de 13de eeuw situeerde zich hier een middeleeuwse nederzetting. De mensen hielden er zich voornamelijk bezig met veeteelt, akkerbouw en strandvisserij. Daarna werd het gebied tussen de jonge duinengordel en de zee verlaten.
De huidige duinvorming gebeurde tussen de 9de en de 12de eeuw. Deze streek maakte inmiddels deel uit van de grafelijke domeinen. Het polderlandschap kwam er in de loop van de 12de eeuw economisch tot ontwikkeling. De vruchtbare grond was immers uiterst geschikt om aan landbouw te doen. Het is ook gedurende deze periode dat Adinkerke ontstaat.
In de loop van de 11de eeuw werd het gebied rondom Veurne opgenomen in de kasselrij Veurne-Ambacht. "Adenkercka" is de - tot nog toe - oudst gekende vorm van de plaatsnaam Adinkerke en komt voor in een pauselijke bulle van 4 oktober 1123. Dat impliceert dat de streek reeds eerder - voor 1123 - bevolkt moet zijn geweest.
De Adinkerkse economie was dus gedurende eeuwen uitsluitend op landbouw en veeteelt afgestemd. Enkele historisch gegroeide hoeven herinneren hier nog altijd aan. Adinkerke had een veelbelovende toekomst voor zich... De voortdurende bedreiging van onderstuiving van landbouwgronden door zand, de vele oorlogen en socio-economische problemen zorgden ervoor dat de aangroei van de relatief kleine dorpsgemeenschap steeds is uitgebleven. In 1469 telde Adinkerke ongeveer 400 inwoners; 529 inwoners in 1759.
Voor 1553 was Adinkerke een parochie van het bisdom Terwaan (F), na 1553 van het bisdom Ieper, vanaf 1801 van het bisdom Gent en sinds 1834 van het bisdom Brugge.
In de eerste helft van de 17de eeuw, onder de aartshertogen Albrecht en Isabella, kenden onze gewesten een periode van voorspoed. Tussen 1619 en 1627 legde schilder, architect, economist en ingenieur Wensel Cobergher de Moeren (3 500 ha) droog. Rond 1640 werd de nieuwe vaart van Veurne naar Duinkerken (F), het zogenaamde Nieuw Gedelf, voltooid.
Al vlug volgden echter pest en rampspoed. Ook onder het Oostenrijkse bestuur ging het Adinkerke niet voor de wind, en tijdens de Franse Revolutie vielen de Fransen de streek herhaaldelijk binnen. De Sint-Audomaruskerk is hiervan een schoolvoorbeeld. De wijding van de oorspronkelijke kruiskerk gebeurde in 1120 door Jan van Waasten, bisschop van Terwaan. In 1567 werd ze, met uitzondering van de toren en het transept, door de geuzen vernield. De hugenoten hielden er lelijk huis in 1657, en in 1793 staken de Franse troepen de kerk in brand. De huidige neogotische hallenkerk werd omstreeks 1855 opgetrokken.
In december 1782, onder het Oostenrijks bewind, richtte keizer Jozef II een brief aan de gemeenten rond de kuststreek waarin hij hen met aandrang verzocht de kustvisserij te stimuleren. Zes vooraanstaande burgers van Veurne, waaronder burgemeester Ferdinand De Man en griffier Norbertus Marrannes, vatten het plan op om in een duingebied dat ze "Kerckepanne" noemden, een vissersnederzetting uit te bouwen. Dit gehucht, dat later ook wel "Josephsdorp" genoemd werd, situeerde zich tussen de jonge duinengordel en de zee. Vandaag zou het zich bevinden in De Panne aan de Veurnestraat, meer bepaald tussen de Zeelaan en de Kasteelstraat. Op 23 juni 1783 volgde de keizerlijke goedkeuring en begin januari 1784 stelden de zes vennoten de statuten van de "Societeyt van de Kerckepanne" op. Na 1789 stierf deze maatschappij evenwel een zachte dood.
De huidige route Veurnestraat-Koninklijke Baan-Leopold I Esplanade, de eerste Zee-laan als het ware, kwam voor 1788 tot stand. De kleine vissersgemeenschap werd in februari 1789 bij de parochie Adinkerke gevoegd en maakte vanaf 1799 administratief deel uit van de gemeente Adinkerke. In de duinen van het gehucht De Panne, grondgebied Adinkerke, zette Leopold van Saksen-Coburg op 17 juli 1831 als eerste Koning der Belgen voet op Belgische bodem.
Grootgrondbezitter en filantroop Pieter (Pierre) Louis Antoine Bortier (Diksmuide 1805 - Brussel 1879) erfde rond 1830 ongeveer 650 ha duingrond in De Panne. In mei 1831 opende hij er het eerder primitieve Pavillon des Bains. Deze ontmoetingsplaats van de Veurnse en Engelse "beau monde" bevond zich aan de huidige Leopold I-Esplanade. Een tiental jaren later bouwde hij in de buurt van het Pavillon des Bains een eigen zomervilla in Italiaanse stijl.
Vanaf het midden van de 19de eeuw vonden ook de eerste toeristen hun weg naar De Panne. Aanvankelijk stuitte deze ontwikkeling op tegenstrijdige standpunten. Pieter Bortier was het ontluikende toerisme niet genegen, hij remde het zelfs doelbewust af.
Sinds 5 februari 1870 was de spoorlijn Lichtervelde-Adinkerke - Duinkerken in gebruik. Op hetzelfde ogenblik kwamen in de nabijheid van het Pavillon des Bains een eerste kursaal (een houten loods op palen) en enkele paviljoenen, alsook verschenen de eerste hotels en pensions rond de huidige kruispunten Veurnestraat/Kerkstraat en Zeelaan/Zeedijk. De Panne werd een ontmoetingsplaats van kunstschilders zoals François Musin, Louis Artan, Armand Heins en letterkundigen als Hendrik Conscience, Karel Van de Woestijne. Kunstenaars leefden er als kluizenaars-van-de-zee.
In 1907 vaardigde de gemeente Adinkerke het eerste badreglement uit. Op 24 juli 1911 werd het gehucht De Panne officieel van Adinkerke afgescheiden. Een nieuwe zelfstandige gemeente was geboren.
Door de speling van het lot werd op 1 januari 1977 de landelijke moedergemeente Adinkerke gefusioneerd met De Panne.
|